BIOPIONIERS – Misjèl Lemmens

Coöperatie Gedeelde Weelde bestaat tien jaar. Maar het gedachtengoed, de ideeën, de creaties, de mensen, bestaan veel langer. Een aantal mensen dat zich voor de jarige coöperatie inzet, deed dat decennia geleden ook al. Zij waren de voorlopers. De inspiratiebronnen. Maar wat inspireerde hen? We keken met deze BioPioniers de afgelopen maanden terug op hun lange reis door duurzaam Maastricht. Ditmaal Misjèl Lemmens (62), biologische fruitkweker, geitenhouder, mede-grondlegger van Gedeelde Weelde en tegenwoordig actief als meewerkend lid bij de bulk (losse, niet-voorverpakte producten).

 

‘Ik leef voor een betere wereld’

Door leden Janine Stougie en Walter Devenijns

‘Ik leef niet voor mezelf. Ik leef voor een betere wereld.’ Hij zegt het pas aan het einde van het gesprek als hij vertelt over zijn hulp bij de start van Gedeelde Weelde. Misjèl denkt even na als we hem vragen waarom hij de coöperatie, toch een potentiële concurrent van zijn groentekraam, een zetje in de goede richting heeft gegeven. Voor Misjèl is het iets vanzelfsprekends. ‘Tja, concurrent? Het was een goed idee. Als ik zie dat het vanuit een goed hart komt, dat het bijdraagt aan een gezonde leefomgeving. Daar kun je alleen maar profiteren als je elkaar helpt. Dan komt de biosector uit zijn niche.’

Het is Misjèl ten voeten uit. Zo raust hij de afgelopen maanden samen met Glenn, Jannis en Daud (de hulptroepen van Belgische eierboer Reinier uit Kanne) en Gedeelde Weelde-lid Frans Hermans al schoffelend, spittend, maaiend over de nieuwe akkers van LOCOtuinen in Oud-Caberg. Altijd te porren voor nieuwe duurzame, vaak coöperatieve mogelijkheden. Is het niet aan de uitvoerende kant, dan is hij wel de initiatiefnemer, die absoluut niet bang is om zijn handen vuil te maken. Een horizontale wereld, waaraan iedereen z’n steentje bijdraagt, is zijn leidraad.

De geschiedenis van Misjèl in het ecologisch verantwoorde, duurzame, coöperatieve leven gaat heel ver terug. Niet altijd in het Maastrichtse. De eerste stapjes zette deze Maastrichtenaar in Amsterdam. Voor zijn studie vertrok hij in 1982 naar de stad waar toen al natuurwinkels waren. Als activistische, linkse jongeman vond hij er zijn draai. Niet op studiegebied, want na drie afgebroken universitaire opleidingen vond hij pas bij hbo-kunstgeschiedenis een studie waar hij wel geprikkeld werd. Het streven naar een betere wereld, waarin mensen verantwoord en biologisch met voeding omgaan, zat er vanaf de eerste stappen in en is tot op de dag van vandaag niet veranderd.

Het brengt hem naar Spanje. In eerste instantie om met zijn studiegenoten een film over een zoektocht naar het leven te maken. Hij wordt én blijft ‘Spanjofiel’. Hij trekt in zijn vrije tijd door het land. Hij hoort en ziet wat er leeft. Dat er vele verlaten dorpen zijn. En dat net zulke activistische mensen als hij zulke dorpjes weer tot leven proberen te kussen door op een zelfvoorzienende manier te zorgen voor de vaak schitterende locaties, ver van de bewoonde wereld. Vaak doen ze dat in collectieven, ‘eco-aldeas’. Soms worden er leegstaande huizen gekraakt. Soms zijn woningen inmiddels ruïnes en zijn de overgebleven bewoners blij dat er eindelijk weer leven in de brouwerij komt. Het prikkelt zijn dromen. Ooit ga ik daar wat mee doen, belooft hij zichzelf.

En dat doet hij. Samen met zijn partner Sandra belandt hij in 1997 in een klein dorpje in de Catalaanse Pyreneeën. Een bijna-verlaten gehucht aan het einde van een niet-geasfalteerde weg. Dicht bij een gebied dat ooit ontruimd werd door dictator Franco, die er een stuwmeer wilde aanleggen. Daar kwam het niet van, maar de bewoners waren al uit hun huis gejaagd. Soms met geld, soms met geweld. Er was geen water. Wel was de elektra redelijk op orde, alhoewel… ‘Als bij de buurman de koelkast aansloeg, dan ging bij ons het licht uit’, grinnikt hij. ‘Moesten we weer een half uur wachten voordat we verder konden lezen.’

In die eerste jaren woonde er, naast Misjèl en Sandra, nog één persoon. Inmiddels wonen er vijftig mensen. Dankzij het Nederlandse duo kwam er een echte weg naar het gehucht. ‘Sandra was zwanger en het idee dat we niet goed weg konden komen als er iets zou zijn, zorgde ervoor dat we aan de bel trokken bij de gemeente Tremp, waar we onder vielen. Ze hadden inmiddels door dat we niet zomaar wat losgeslagen hippies waren die het leuk vonden om in een ruïne te wonen.’

Er kwam een weg. Er kwam zelfs een helikopter met mannen die elektriciteitskabels gingen aanleggen. Dat het kindje van Sandra en Misjèl het eerste in de gemeente was sinds dertig jaar, heeft daar ongetwijfeld een handje bij geholpen.

Twaalf jaar bleven ze. Ze begonnen met drie geiten. ‘Dat werden er algauw vier, want iemand in de buurt had er nog één over. Elkaar helpen.’ In totaal groeide de geitenboerderij naar twintig dieren. ‘Volgens de Spaanse wetgeving mag je twintig geiten hebben om als zelfvoorzienend binnen de bebouwde kom te worden gezien.’ Ze konden ook voor zichzelf zorgen door de groentetuin bij de boerderij. De kaas van de geiten verkochten ze op markten in stadjes als Tremp en Pont de Suert. ‘Kleinschalig, maar een prachtig leven. Je weet wat je eet. Je haalt het van je eigen grond.’

Weten wat je eet was in alles de basis van wat Misjèl verder dreef. Hoewel de geitenboerderij nog steeds in zijn bezit is, besloot het stel voor de kinderen (inmiddels waren ze met z’n viertjes) naar Nederland terug te keren. ‘Het was een half uur rijden met een jeep om op de basisschool te komen. Dat zou een uur heen, een uur terug worden als ze in Pont de Suert naar de middelbare school moesten. Ook fysiek werd het te zwaar voor Sandra en mij.’

Misjèl had geluk. Hij erfde (samen met anderen) het landgoed van zijn oom in Gronsveld met oude hoogstamfruitbomen. Aan de ene kant van zijn familie was hij opgegroeid met een gemengd boerenbedrijf met mais, tarwe, fruit, koeien en een groentetuin in Schimmert. ‘Die waren al circulair toen het woord nog niet bestond.’

De ideale voedingsbodem voor een man die zich met hart en ziel inzet voor een betere wereld. Geen pesticiden, geen ruilverkaveling, geen extreem hoge productienormen waarbij de boeren ‘gek worden gemaakt’. ‘Je leeft niet alleen voor jezelf. Je sympathiseert met een gezondere leefstijl, waarbij we op een biologische manier met de aarde omgaan’, zegt hij stellig.

‘Onze eerste kersjes en appels waren nog zonder officieel keurmerk. Maar dat veranderde snel.’ Misjèl raakte betrokken bij steeds meer initiatieven in de directe omgeving, zoals Biologische Boeren Zuid-Limburg, en werd al snel onderdeel van de biologische markt in Maastricht. ‘Boerenmarkten waren in mijn jaren in Amsterdam al heel normaal.’ De groentekraam op de biologische markt in Maastricht, toentertijd voor de Poshoorn op het pleintje aan het einde van de Wycker Brugstraat, werd gerund door John Jansen en Christien Lemmers uit Klimmen. Het klikte met het duo.

Het fruit van Misjèl vond op die manier zijn weg naar de klanten. Toen de twee gingen scheiden en het werk op de markt voor Christien teveel werd, was het logisch dat ze richting Misjèl keken. De groentekraam was het dragende element van de markt. In de beginjaren nam de stand de ene kant van het pleintje in, terwijl de andere kraampjes de overkant vulden.

Inmiddels huist de Bio Markt Maastricht al heel wat jaartjes op de Ruiterij, maar ook hier is de groentekraam nog altijd de hoofdrolspeler. Bakkerij Benoît Segonds, het Kaasbaronneke en bijvoorbeeld de Blije Big vullen deze drukbezochte markt op donderdagmiddag aan.

Wie denkt dat Misjèl daar zijn handen aan vol heeft, vergist zich. Tuurlijk had hij meer dan genoeg te doen, maar zodra er ergens een interessant initiatief opduikt is hij wel te porren om te helpen. Zaken van de grond af opbouwen. Helpen met tijd, geld, fysiek. Ook hier weer het motto ‘je leeft niet voor jezelf’.

Toen hij hoorde dat Luuk, Dominique, Robin, Bram en Christiane over een coöperatie aan het denken waren, was Misjèl er de eerste vergadering gelijk bij. ‘Je had wel wat kleinere natuurwinkels in de stad gehad. Je had nog ons als markt en Ekoplaza, maar aan de westkant van de stad zat niets. Dus ik wilde graag financieel en organisatorisch helpen bij het opzetten van een coöperatieve ecologische winkel. Een coöperatie kan dat gat op west beter vullen dan een Ekoplaza, die van boven wordt geleid.’

De jonge coöperatie zette een kraampje neer naast de groentekraam van Misjèl om leden te werven. ‘Onze klanten zijn toch dezelfde mensen die zo’n coöperatieve winkel zouden kunnen waarderen. Vrij snel zaten ze op zo’n 60 à 70 leden.’

Dat was een kleine tien jaar geleden. Vele vergaderingen verder stond de basis van Gedeelde Weelde er. Toch duurde het nog vrij lang voordat de juiste locatie werd gevonden, tot groot ongeduld van Misjèl. ‘Ik dacht nog: wanneer komt die winkel nou eens een keer? Het heeft jaren geduurd voordat we het huidige Sphinxcomplex in beeld kregen. Kan me nog herinneren dat we met een clubje van 30 à 40 mensen gingen kijken en dat we allemaal zoiets hadden van: Ooooo, dit begint op iets te lijken. Deze prachtige, geleefde ruimte biedt heel veel mogelijkheden.’

Hij werd samen met de andere grondleggers ondernemerslid. De AGF (aardappels, groenten en fruit) hadden uiteraard zijn belangstelling. En voor de coöperatie was zijn expertise natuurlijk ook niet te onderschatten. Inmiddels is Misjèl alweer met andere ideeën bezig, maar als meewerkend lid van de bulkafdeling draagt hij de coöperatieve gedachte nog altijd een warm hart toe.

Als we hem vragen wat zijn belangrijke boodschap voor de jarige coöperatie is, dan onderstreept hij dat Gedeelde Weelde de horizontale structuur niet uit het oog moet verliezen. ‘Je hebt altijd automatismes die erin sluipen. Dus zorg dat je van posities wisselt om fris te blijven.’

Zelf doet Misjèl dat ook. Zo heeft hij zijn groentekraam op de Bio Markt overgedragen aan zijn medewerker. Opvolger Rowan komt elke woensdagmiddag zijn groenten en fruit bij Gedeelde Weelde afleveren. Na gedoe rond de vorige LOCOtuinen heeft hij zich samen met onder andere Luuk, Bram (ondernemersleden van Gedeelde Weelde) en Frans Hermans (meewerkend lid AGF en eveneens BioPionier) vol op de ontwikkeling van de nieuwe zelfoogsttuin in Oud-Caberg gestort, op het land van bioboerderij Poshoof van Raymond Niesten.

Hard werken, nieuwe dingen bedenken, opzetten, uitvoeren, alles om onze wereld zo leefbaar mogelijk te houden, daar is Misjèl altijd wel voor te porren. Het is niet voor niets dat je hem ziet bij protesten tegen de uitbreiding van de A2, tegen de genocide in Gaza, voor een beter leefmilieu. ‘Ach, als je kan helpen, waarom niet? Ik leef niet voor mezelf.’

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
en blijf op de hoogte van het allerlaatste nieuws